Archief | maart, 2012

Structuur

16 Mrt

Je kunt, en vroeger op school moest je zulke dingen ook, een verhaal bekijken op perspectief, het tijdsverloop en de Nelleke Noordervliet, Veeg tekenplot. Alles bij elkaar zou je over structuur kunnen praten; hoe zit het verhaal, de novelle of roman in elkaar?

Tijdens de cursus van afgelopen maandag hadden we het over de plot. Ik verbond plot en personage. In verreweg de meeste verhalen wil het personage iets, of er overkomt hem of haar iets. Vervolgens…. Zolang iemand “wunschlos glücklich” is, valt er niets te vertellen. Pas als het personage iets in zijn of haar leven wil veranderen begint het verhaal. Hij of zij onderneemt iets, handig of niet, en de resultaten zijn er naar; goed slecht of een beetje goed. Uiteindelijk wordt het doel bereikt, of niet. In het ergste geval is ons personage er aan het eind nog slechter aan toe dan aan het begin. De hele logische serie van oorzaken en gevolgen maakt deel uit van de plot.
Maar, was op de valreep een vraag, hoe zit het met de structuur? Waar begin je bijvoorbeeld? Goeie vraag, en het antwoord is een stuk minder eenvoudig. Er is ook niet één antwoord. Je zou een verhaal kunnen uitpluizen en dat ga ik ook doen, maar wat je ziet is een mogelijkheid. Bij het volgende verhaal zie je weer een andere mogelijkheid. Dus? Misschien maar erg veel verhalen lezen en je gedachten laten gaan over de vraag hoe de schrijver het deze keer heeft aangepakt.

Hoe zit de novelle van Nelleke Noordervliet, Miss Blanche in elkaar. Ik heb het net herlezen, het is niet al te lang of ingewikkeld. In de bundel Veeg teken, waarin drie novellen bijeen zijn gebracht, beslaat het verhaal 91 bladzijden. De hoofdpersoon, Herman Hillebrand Wedigh is een 68-jarige sigarenhandelaar aan de Schieweg in Rotterdam. Het is een kleine winkel die in de loop van de jaren versloft en verstoft is. Zijn vrouw Gerda is al jaren dood. Hij heeft een vrij rimpelloos bestaan tot hij bij het vegen van het straatje voor de deur, tegen een Turkse aanbotst. ‘Hé, ouwe lul, kijk een beetje uit!’ roept ze. Hij kijkt haar aan, kijkt in haar grote amandelvormige ogen en is verloren. (Dit klopt helemaal met het idee dat het verhaal begint op het moment dat het personage iets wil. Wat hij wil is wel niet helemaal benoemd, maar zijn gezapige leventje tot nu toe, voldoet niet meer.) Als hij ze later nog eens ziet, volgt hij haar en ziet haar nog net ergens naar binnen gaan. Khalid staat er op de deur. De kans dat dit plot in een sprookje zal eindigen is klein. Zij is misschien veertig jaar jonger en je kan niet zeggen dat ze direct van hem gecharmeerd was. We volgen het verhaal vanuit het perspectief van Wedigh. Als lezer heb je een wat ruimere kijk op de omstandigheden en zodoende ga je niet mee in zijn dromen, die trouwens vrij vaag blijven. Noordervliet is geen McEwan die heel dicht op het personage zit, onder diens huid. Zij blijft wat meer op een afstand, al krijgt het personage in de loop van het verhaal duidelijke contouren. Het verhaal begint met een goed neergezette beschrijving van Wedigh, gevolgd door een plaatsbepaling die vooral voor Rotterdammers heel herkenbaar is. Het verhaal wordt chronologisch verteld. Hij weet niet hoe de Turkse heet, ook Khalid is niet honderd procent zeker, maar hij verzint een voornaam voor haar, Halina. Intussen gaat zijn leven door, zij het met kleine veranderingen. Dat is misschien wel de oorzaak dat hij naar een vergadering van de wijkraad gaat, waar hij Joop, oud-vakbondsman, ontmoet, die hem vraagt of hij dit jaar wil optreden als Sinterklaas. Een paar weken later zal hij het pak komen afleveren. Eén van Wedighs kleine uitspattingen is dat hij af en toe naar het Hilton hotel wandelt en daar een glas bier drinkt in de bar. Hij doet daar alsof hij een internationaal tabakshandelaar is. Tijdens het eerste bezoek binnen het verhaal gebeurt daar iets merkwaardigs en Wedigh denkt dat dit het gevolg is van de ontmoeting met Halina, dat de goden hem tekenen geven.
Op een regenachtige dag komt ze voorbij zijn winkel, hij doet de winkel op slot en volgt haar. Dan ziet hij haar in een helder verlicht reisbureau. Hij gaat er binnen en begint naar dure reizen te informeren. Ver boven zijn stand. Hij gaat uiteindelijk met een Australië-folder de deur uit.
De sinterklaasweek breekt aan, hij heeft verschillende optredens, en omdat de bisschop uit het Turkse Myra afkomstig is, lijkt het de organisatie een goed plan die gemeenschap in het feest te betrekken. Zijn contact met de organisatie is de gepensioneerde kleuterleidster, Puck. In zijn sinterklaasrol ontmoet hij “Halina” weer, ditmaal met een gehandicapt zoontje Orhan. Zij herkent hem niet. Aan het eind van de dag stelt Puck voor samen iets te drinken en een praatje te hebben over het evenement. Hij slaat dit af, gaat naar huis, wordt daar overvallen en belandt in het ziekenhuis. Door een Turk? Daar lijken aanwijzingen voor. Zou het kunnen zijn dat Halina haar echtgenoot Khalid heeft verteld dat die sigarenhandelaar er warmpjes bij zit, exotische reizen wil maken die hij contant zou kunnen betalen. Als de politie Khalid verdenkt, die al wat op zijn kerfstok heeft, zegt Wedigh zich geen gezichten te kunnen herinneren.
Eenmaal thuis gaat hij nog eens naar het Hilton en drinkt daar meer dan zijn gewoonte is met een dame aan wie hij van alles vertelt. Die episode maakt duidelijk dat hij alleen is en behoefte heeft aan contact. Een dag of een paar dagen later zoekt Puck hem op om te zien hoe het hem na die overval gaat. Pas als ze de deur weer uit is, roept hij haar terug: ‘We zouden toch nog iets gaan drinken?’ Hij kijkt haar nog eens aan; ze kan er heel goed mee door. Ze spreken voor dezelfde avond af bij het Hilton Hotel.
Zo kan de structuur van een verhaal zijn. Degene die zelf een verhaal wil schrijven is nog even ver als eerst. Je kunt ook vrijwel aan het eind beginnen en heel veel in flashbacks vertellen. Ik vraag me af of de schrijver bewust de structuur kiest of dat het verhaal een structuur kiest die zich aan de schrijver opdringt.

Advertenties

Associatief schrijven

2 Mrt

De titel komt niet uit de lucht vallen. Ik heb wat ik ga schrijven voor het grootste deel al in mijn hoofd, en ik weet dat het door allerlei associaties is ontstaan.
Het begon daarmee dat ik tijdens een cursusavond Raymond Queneau noemde. We hadden het over de verschillende manieren waarop je een zelfde gebeurtenis op schrift kon stellen. Queneau heeft dat ooit op 99 manieren gedaan in een klein boekje “Exercices de style”, later door Rudy Kousbroek vertaald als “Stijloefeningen”. Zoiets is een spel met taal en dat deed mij op die avond zeggen dat Queneau een roman schreef waarin de letter ‘e’ niet voorkwam.
Binnen een week kwam ik een boekje tegen van Philip Freriks, “Ik herinner me”. In de inleiding schrijft hij dat hij het idee heeft van Georges Perec die trouwens… maar voor ik verder las schoot het me weer te binnen: dát was de man die het e-loze boek schreef. Erg vreemd is het niet dat die twee schrijvers dicht bij elkaar in mijn hoofd waren opgeslagen; ze kenden elkaar en waren beiden lid van de losse schrijversclub die zich Oulipo noemde: werkplaats voor potentiële literatuur. Het idee van de deelnemers was dat je door beperkingen of door juist bijzondere eisen te stellen, je creativiteit extra uitdaagde. In dat kader verscheen Perecs boek “La disparition” – De verdwijning, met name van de ‘e’.
Later dacht ik aan het grote roze boek van Battus: Opperlandse taal- en letterkunde, een grote verzameling van allerlei woord- en taalspellen. Grote stukken uit de inhoud kan je op internet vinden.

De verbinding tussen Freriks en Perec is dat ze allebei een boek vol herinneringen schreven en dat ze beiden door iemand anders werden geïnspireerd. Perec door Joe Brainard en Freriks door de toneeluitvoering van Perecs boek. Er is wel een duidelijk verschil tussen “I remember” van Brainard en de Franse versie. De Amerikaan bleef heel dicht bij zichzelf, voor sommigen misschien op het gênante af. In de Franse en Nederlandse versies vind je vaak herinneringen die in het collectieve geheugen liggen opgeslagen. De vorm is overal eender: elke korte herinnering begint met “Ik herinner me…”.
Iedereen zou zo’n boekje kunnen maken. Freriks schreef bijvoorbeeld niet: Ik herinner me Tom Manders en het meisje op zijn schoot dat Poessie Mauw zong. Persoonlijker, maar herkenbaar – al naar gelang je leeftijd – is de herinnering dat ik regelmatig voor mijn vader een groen doosje Chief Whip sigaretten moest halen. Chief Whip, op ieders lip stond op de reclameborden.
Toen ik voor de zekerheid op internet keek of die pakjes inderdaad groen waren, kwam ik de slogan weer tegen: in een website die nota bene hetgeheugenvannederland heet. Dat sluit naadloos aan op het al genoemde collectieve geheugen. Het geheugen dat het prettig maakt om in je eigen land te zijn, waar iedereen zich (zelf of uit de verhalen) aap-noot-mies herinnert, of spraakmakende televisie. Daardoor word je ook nooit een echte Fransman, om maar een voorbeeld te noemen; de dingen die alle Fransen op school meemaakten, de komiek die iedereen aan het lachen bracht, die ken je niet en daardoor deel je niet in de gezamenlijke lichte nostalgie die alle Fransen verbindt.
Een boekje schrijven vol korte stukjes herinneringen is een associatief proces. De ene herinnering doet je denken aan een andere, waardoor je weer een derde beeld te binnen schiet. Mocht je onmiddellijk willen beginnen: het is niet de bedoeling die herinneringen uit te werken tot korte of langere verhalen. Althans niet voor dit boekje. Het kan best zijn dat je een aantal van die herinneringen wilt uitbreiden tot korte verhalen, of dat ze je op het spoor zetten van een langer verhaal. Dat wordt dan je volgende boek.
Om bij het “Ik herinner me” te blijven, je kunt het zelf schrijven in de eenzaamheid die het lot is van alle schrijvers, maar je kunt het ook samen doen met een broer, zus, partner, vriend of vriendin. De ene herinnering zal de andere uitlokken. Misschien is de uitkomst wel ondergeschikt aan het proces. Je vrij te laten drijven op de golven van wat je hersens associatief teweeg brengen is een heerlijk creatief spel en wat er extra uitkomt in de vorm van onverwachte ideeën is een welverdiende bonus.