Archief | april, 2012

Anne Tyler – II

25 Apr

Hoe ga je om met perspectief, met personages, de tijd… ? Over al die aspecten van korte of langere verhalen kun je schrijven en dat heb ik ook gedaan. Je kunt ook aan de hand van je favoriete boeken nagaan wat de verschillende auteurs deden. En andersom: waar ligt het aan dat je een boek weg legt? Als je daar achter bent, weet je wat je niet moet doen, wat ook heel belangrijk is.

Het werk van Ann Tyler levert goeie voorbeelden op. Bijvoorbeeld hoe Macon uit De toevallige toerist het huis opnieuw inricht nadat zijn vrouw is weggegaan. Hij ontwikkelt systemen om het huishouden veel handiger te doen dan zijn vrouw dat deed. Alle vuile vaat in water met een beetje bleek zetten om dan eens in de week af te wassen, in plaats van de vaatwasser met kleine wasjes te belasten. De overbodige vaatwasser richt hij in als kastje voor borden en bestek. Om een overzicht van prijzen te hebben houdt hij een boekje met een alfabetisch register bij. Zo krijg je uit zijn handelen een beeld van de persoon. Alleen al voor die stukken is het waard dit boek te lezen.

In Toen we volwassen waren blijft Tyler bij één perspectief. Dat van Rebecca. “Ze was toen drieënvijftig, en grootmoeder. Breed, zacht, met kuiltjes in haar wangen, en droog blond haar dat vanuit een middenscheiding bijna horizontaal uitwaaierde in twee korte vleugels. Lachrimpeltjes bij haar ooghoeken.” Dit is de stem van de verteller die de gebeurtenissen laat zien vanuit het hoofd van Rebecca. Dat wil zeggen dat we van Rebecca weten hoe ze dingen ervaart, wat ze denkt en overweegt. Net zoals de verteller Rebecca introduceert, laat hij of zij zien wie de anderen zijn. Dat zijn nogal wat personages. Rebecca is weduwe van Joe die al drie dochters had toen zij 33 jaar geleden trouwden. Dat zijn nu eind dertigers of veertigers, met aanhang en kinderen. Zelf heeft ze een dochter gekregen, die nu rond de dertig zal zijn. Er komt een jongere broer van Joe voor, een oudoom die zo’n negen maanden lang aan weinig anders kan denken dan zijn komende honderdste verjaardag, de moeder van Rebecca, en het vriendje dat ze had toen ze tegen de twintig was.

Van de hoofdpersoon is direct duidelijk wat haar conflict is. Ze is het middelpunt van deze hele, wat chaotische familie en runt het familiebedrijf en ze realiseert zich dat ze heel iemand anders is geworden dan het meisje van negentien dat verkering had met Will en nog studeerde. Ze krijgt de indruk dat ze iemand anders is geworden dan ze innerlijk eigenlijk is. Ze wil terug naar haar ware ik. Dit is een basisgegeven voor een conflict: het verschil tussen wie of wat je bent en zou willen zijn. Rebecca’s conflict en dat op haar leeftijd kan je ook een midlife crisis noemen.
De andere personages hebben uiteraard hun eigenschappen en hebbelijkheden, maar ze zijn er in hoofdzaak om de wereld te laten zien waarin Rebecca leeft. Het is niet zo dat we van elk van hen weten wat hun conflict is, waar hun bestaan afwijkt van wat ze zouden willen. Toch beschrijft en vertoont Tyler ze zo levendig dat je ze goed leert kennen. Met vertonen bedoel ik dat je als lezer getuige bent van allerlei scènes waarin je de personages hoort praten en ziet handelen.
Het verhaal begint op de dag dat Rebecca zich bewust wordt van het feit (of haar gedachte, dat mag je als lezer interpreteren) dat ze iemand anders is geworden dan ze werkelijk is. Dat is tijdens een picknick met de familie op een frisse, zonnige dag, begin juni 1999. Van daaruit gaat het verhaal verder, met een paar flinke flashbacks, waaruit je zicht krijgt op haar leven toen ze studeerde en verkering had met Will, hoe ze binnenkwam in de familie van De Davitchen en hoe ze daarin werd opgenomen. Tyler gaat niet voor een spectaculaire afloop, maar weet haar verhaal tot het eind toe spannend te houden.

Zo kan het dus. Het is niet het enige recept dat Anne Tyler in huis heeft. In De toevallige toerist gebeurt heel wat meer; de ruimte waarin het verhaal zich afspeelt is een heel stuk groter – een deel van het verhaal speelt zich niet in Noord-Amerika, maar in Parijs af. Ik dacht mij te herinneren dat het perspectief wisselt, al blijft Macon, in de hij-vorm, de persoon om wie het in deze roman gaat. Na een middag zoeken heb ik De toerist weer gevonden, het is toch een enkelvoudig perspectief: Macon.

Advertenties

Anne Tyler – Toen we volwassen waren

24 Apr

Het eerste boek dat ik van Anne Tyler las was Dinner at the Homesick Restaurant, of de Nederlandse versie, Het heimweerestaurant. Ik was direct gegrepen door haar manier van vertellen die je erg sterk betrekt bAnneTyler_Toenwevolwassij de personages. Later las ik De toevallige toerist waarvan ik weer later de film zag. Zoals altijd was het even wennen om de personages die ik uit het boek kende nu op het doek te zien, in de lichamen van acteurs. Humor en een lichte vorm van droefheid gaan hier samen. Zowel qua plot als tekening van de personages, kun je dit boek als een voorbeeld gebruiken als je zelf schrijft. Niet dat je wie dan ook klakkeloos moet navolgen, maar goed kijken naar wat Tyler doet, kan je alleen maar ten goede komen.

En dan nu Toen we volwassen waren. Een merkwaardige titel en de oorspronkelijke titel, Back when we were grownups, legt nog meer de nadruk op het voorbije: vroeger, toen we…

Degene die terugkijkt is Rebecca, 53 jaar, getrouwd geweest met Joe Davitch die drie kinderen en een weggelopen vrouw had toen ze hem leerde kennen. Bij deze drie jonge meisjes komt een vierde van Beck (zoals de Davitchen haar noemen). Minerva heet ze officieel, maar bij het zien van haar tot streepjes geknepen babyoogjes, noemde Joe haar Min Foo, en zo is het gebleven. Na zes jaar huwelijk sterft Joe. Een oudoom trekt, na de dood van zijn vrouw, in op de bovenste etage van het oude herenhuis. Dit huis, waaraan continu iets mankeert, werd door de familie gebruikt als chique setting voor jubilea, bruiloften en andere evenementen. Buiten hangt een bord: The Open Arms. Jammer genoeg vertaald tot De open armen, waarmee de dubbele betekenis van Arms verloren ging, en een stukje couleur locale.

Dit is de setting. De Davitchen runnen weliswaar een rustig party center, maar erg handig zijn ze hier niet in, en al heel gauw komt de organisatie en het gastvrouwschap bij Rebecca te liggen. Dat gaat ook prima. Tot op een dag bij Rebecca de gedachte opkomt, dit ben ik eigenlijk helemaal niet. Eigenlijk was ik een eerder verlegen, wat in mijzelf gekeerd meisje. Ik was net met een studie begonnen, ik ging om met Will, waar ik zeker mee zou zijn getrouwd, toen ik vrij impulsief voor Joe koos. En kijk wie ik nu ben, hoe ik mij gedraag… dit ben ik niet. Ze begint zich af te vragen hoe haar leven zou zijn verlopen als ze inderdaad met Will was getrouwd. Gaandeweg is ze in haar gedachten vaker in haar echte, ware leven. Een interessante gedachte en een die je kan afzetten tegen de filosoof die zei dat er niet iets bestaat als een ander, je ware, leven. Het leven dat je nu leeft is je enige en dus ook je ware leven. Dat neemt niet weg dat gedachte, waar sta ik eigenlijk? heel voorstelbaar is. Zeker als je ruim dertig jaar meedraaide in de molen van een nogal chaotische familie, moeder en stiefmoeder bent van vier intussen volwassen meiden, een 99-jarige man in huis hebt, een party centrum runt en op het punt staat opnieuw oma te worden.

Je kunt vanaf hier verschillende verhaallijnen bedenken. Gaat Rebecca op zoek naar Will, vindt ze hem, wordt het dan na zoveel jaren iets, of laat ze die kant zitten, herinnert ze zich de redenen waarom ze brak met haar veilig uitgestippelde leven?
Dat ga ik hier niet vertellen. Wel dat we in de loop van een goede driehonderd bladzijden alle personages leren kennen en wel zo dat ze – lang nadat je het boek uit hebt – nog steeds als levende mensen in je hoofd zitten. Dit is typisch de kracht van Tyler. Ze bereikt dit door haar oog voor detail, gevoel voor wat mensen drijft en een groot empathisch vermogen voor haar romanfiguren. Ogenschijnlijk gebeurt er weinig, er breken geen branden uit, er zinken geen Titanics, het gaat niet om het vuurwerk. Dat je haar roman toch als een pageturner uitleest, is daarom des te meer een teken van groot schrijversschap. Ik kan dit veilig zeggen, want ik weet dat zij in 1989 de prestigieuze Pulitzer Prize won met haar roman Breathing Lessons.

Anne Tyler, Toen we volwassen waren, Cargo (De bezige bij), 2001.

Vertrek en leegte in De bekoring, Hans Münstermann

2 Apr

Het is alweer een tijdje terug dat ik iets schreef over de roman waarmee Hans Münstermann in 2006 de AKO-literatuurprijs won. Ik googelde hem nog eens en het eerste wat me trof is dat wij, in verschillende jaren, op dezelfde dag zijn geboren: 16 juni. Hij als echte babyboomer, twee jaar na de bevrijding.
De hoofdpersoon in Münstermanns verhalen, Andreas Klein, heeft heel wat weg van de schrijver zelf. Hij is daar wel content mee. Het maakt dat je als schrijver automatisch de goede toon aanslaat, je hoeft minder te verzinnen en te liegen. Niet iedereen zal het met deze uitspraken eens zijn; er zijn al heel wat discussies gevoerd over het waarheidsgehalte van min of meer autobiografische verhalen, zelfs als de schrijver met de beste bedoelingen begint. Bij Münstermann staat, voor zover ik het weet, alleen vast dat hij en zijn hoofdpersoon op elkaar lijken.
In de bekoring gaat het over het vertrek van Andreas’ moeder. Zij sterft. Weliswaar op leeftijd, maar toch nog vrij plotseling. Dit vertrek, dit verlies, heeft een pendant in het verleden. Toen Andreas een kleine jongen was, is diezelfde moeder precies op zijn verjaardag vertrokken. Met de noorderzon, zou je kunnen zeggen.
Tweemaal een vertrek, een verdwijning. Het zou bijna vreemd zijn als de schrijver die twee gebeurtenissen niet tegenover elkaar stelt. Inderdaad wisselt Münstermann voortdurend tussen het verlies van nu en de onbegrijpelijke leegte van toen. Er zijn de twee tijdlagen: nu is 2004 en toen is 1960. Door op de achtergrond het nieuws van de dag weer te geven kun je de tijd nauwkeurig vaststellen. Of die precisie en de nieuwsfeiten van die momenten werkelijk veel toevoegen is de vraag. In 2004 speelde de afschuwelijke gijzeling en slachtpartij in de school van Beslan en in 1960 werd Lumumba in Congo bij een staatsgreep afgezet. Het is wereldnieuws dat de lezer eerder uit het verhaal trekt of die hem of haar snel over die passages heen doet lezen.
Er zijn twee of drie perspectieven. Ten eerste dat van Andreas die een jaar of twaalf was toen zijn moeder een koffertje pakte en verdween. Hij is in 2004 44 jaar ouder, maar die gebeurtenis, de verdwijning van zijn moeder, is hem altijd bijgebleven. Het tweede perspectief is dat van de moeder, Marianne. Het kan ook zijn dat dit in feite een reconstructie is in het hoofd van Andreas. Dit kan, maar ik hou het toch maar op het perspectief van de moeder, waaruit de lezer een beeld krijgt van een verstikkend huwelijk en de tijd voordat de vrijheden van de jaren zestig doorbraken.
Het derde perspectief is dat van de architect die de stadswijk waarin de familie woonde, heeft gebouwd. Andreas is bezig een boek over hem te schrijven, is daarin een beetje vastgelopen en besluit hem een andere rol te geven. De architect is trouwens een bestaande figuur, J.C. van Epen die in december 1960 overleed. Münstermann laat hem, ziek en wel uit bed komen om Marianne op haar vlucht te volgen. Hij kan er niet bij dat iemand uit de huizen die hij vol idealisme bouwde, zou vluchten.
Het verhaal gaat in de hij/zij-vorm en in de tegenwoordige tijd. Af en toe lijkt de auteur een explicateur. Een voorbeeld daarvan in de eerste regels:
Hij is thuisgekomen van de bakker, samen met zijn zoon, en ze zijn naar binnen gestapt door de openstaande voordeur, want het is lekker weer.
‘Ik moet je iets ergs vertellen.’
Zie hoe zijn vrouw daar staat en dit zegt: midden in de kamer, handen op de rug.
Als schrijver zou je, en de meeste schrijvers doen dat, gewoon beschrijven hoe de vrouw er staat. Dit heeft dus meer iets van een explicateur, volgens Van Dale: persoon die toelichtingen gaf (m.n. bij een stomme film).
Inhoudelijk gaat het over een moeder zoon relatie en over een vrouw die het vijftiger jarenmilieu ontvlucht, om uiteindelijk ook elders niet gelukkig te worden. En uiteraard gaat het over verlies, waarbij het verlies door verlating en door het definitieve vertrek uit het leven, tegenover elkaar worden gesteld.