Archief | juli, 2012

Rascha Peper, Verfhuid

27 Jul

Rascha Peper heeft vaker geschreven over mensen met een passie, met een passie die uitmondt in een obsessie. In Rico’s vleugels was het Cécile Rochèl die een weergaloze schelpenverzameling aanlegde, en haar man die een onderdrukte voorliefde had voor jongens.
In Verfhuid krijgt de galeriehouder Arnold Kee te maken met een klant die bezeten is van romantisch werk uit de negentiende eeuw. We zien die klant door de ogen van Kee die van de eerste tot de laatste bladzijde het perspectief krijgt toebedeeld. De klant is een geheimzinnige en merkwaardige man. Er valt geen grip op te krijgen en juist daardoor stelt Kee meer dan gewone pogingen in het werk om meer van hem te weten te komen. Hij doet dit met een welwillend gevoel, de man mag ongewoon zijn, maar die ruimte krijgt hij wat Kee aangaat. Zelfs als hij van collega’s verhalen te horen krijgt, waaruit je kan afleiden dat Terwindus, want zo heet deze verzamelaar, misschien gewoon niet deugt, blijft hij achter hem staan; niet alles hoeft te zijn wat het lijkt. Terwijl Kee wellicht tegen beter weten in blijft geloven in Terwindus, begin je als lezer wel te twijfelen.
Intussen heeft Rascha Peper haar personages verder uitgewerkt. Arnold Kee houdt van mannen en heeft in Pascal een vaste vriend. Zijn moeder leeft nog en door de moeder-zoon verhouding krijgt Kee nog meer reliëf. Ook Terwindus krijgt allengs meer vlees op de botten.
Tegen deze achtergrond ontwikkelt zich een verhaal, waarin Terwindus een van zijn favoriete werken zal uitlenen aan een overzichtstentoonstelling in Keulen, waarin niet van alle kunstwerken duidelijk is, hoe ze in het verleden van de ene eigenaar naar de volgende zijn gegaan, waarin experts en veilingen een rol spelen… Dat verhaal gaat naar een climax waarvan de eerste aanzet weliswaar niet alledaags, maar ook niet ondenkbaar is, dan volgen echter een aantal ontwikkelingen die het resultaat van een ongebreidelde passie laten zien. En waarin blijkt dat ook de evenwichtige Kee door een zelfde passie is aangestoken.
Rascha Peper geeft de lezer een goed beeld van de drijfveren van haar personages en ze weet dit te verbinden met een verhaal met trekken van een Griekse tragedie.

Wie zelf schrijft en naar voorbeelden zoekt, ook van een directe schrijfstijl, is Verfhuid, net als de andere titels van Rascha Peper, een goeie tip.

Rascha Peper, Verhuid,
NwA’dam, 2005

Advertenties

Thomas Hürlimann, Der grosse Kater

27 Jul

De schrijver kende ik al van Het tuinhuis, een novelle over een kolonel en zijn vrouw die hun zoon verliezen. Hij wil ter nagedachtenis een roos op het graf planten, maar zij trekt met een steenhouwer de bergen in en laat een grote steen plaatsen. De novelle gaat verder over verlies en de rituelen die beide ouders ontwikkelen. Heel mooi en fijnzinnig.

Dus: toen ik in een snuffelbak bij een Münsterse boekhandel deze titel zag liggen voor een klein prijsje, was het besluit snel gevallen. In Nederland zie je in zulke gevallen nogal eens een viltstiftstreep op de onderkant van de bladzijden. Na een tijdje viel me een stempel op: “Preisred. Mangel-Exemplar”, weer een klein verschil tussen Nederland en Duitsland ontdekt. En inderdaad, op de kaft aan de achterkant zaten een paar putjes, een licht beschadigd boek. Aan de inhoud deed het niet af.

Weer een oudere man. Ditmaal de president van de Zwitserse Bondsrepubliek. Twee dagen tijdens het bezoek van het Spaanse koningspaar volgens de achterflap. Dat vormt wel de hoofdmoot van het verhaal, maar via flashbacks krijgt de lezer mee hoe zijn carrière is verlopen, hoe hij, bijgenaamd De grote kater, op de kloosterschool in contact komt met een slimme jongen, Pfiff die ten tijde van het koninklijke bezoek chef is van de Sipo, de veiligheidspolitie. Grote vrienden zijn het niet, waarbij het feit dat Kater getrouwd is met het meisje dat hem berekenend verkoos boven Pfiff niet heeft geholpen. Uiterlijk vatte de laatste het gewoon sportief op omdat het beter uitkwam om in het kielzog van Kater vooruit te komen, maar innerlijk wachtte hij geduldig af. Voor het damesprogramma van een semi-militair onderdeel krijgt hij de vrije hand en hij gebruikt dit om een bezoek aan een kleine kliniek voor kinderen met kanker op het programma te zetten. De Spaanse koningin is geïnteresseerd in medische onderwerpen, het lijkt daarom plausibel. Alleen ligt de jongste zoon van Kater en de presidentsvrouw Mary daar, door de artsen opgegeven en kort voor zijn dood. Pfiff heeft dit op het allerlaatste moment als een programmawijziging doorgevoerd. Het resultaat is een fikse ruzie tijdens het officiële staatsbanket en een schandaal.

Je kunt de roman lezen als een grote intrige met een afloop, maar dat is maar een deel van het verhaal, dat van begin tot eind wordt verteld vanuit het perspectief van De grote kater. En passant komen de toestanden op de kloosterschool aan de orde, treden heel verschillende bijfiguren op die het geheel tot een fantastisch en kleurrijk verhaal maken. Zo is het ideaal van de school de middelmaat, jongens – er zijn geen meisjes – die leeg worden als vazen waarin plaats is voor de bloemen van Gods genade. Die vazenmetafoor komt met enige regelmaat terug. Later is er een hoofd publiciteit die kans ziet de door hem bewerkte werkelijkheid, de tweede realiteit, aan het volk te verkopen als de eerste. Iedereen stelt de gemanipuleerde werkelijkheid van de tv boven de ware gebeurtenissen, als die een enkele keer gezien kunnen worden. Dit zijn maar twee van de vele extra’s in het verhaal. Hürlimanns fantasie maakt het verhaal van tijd tot tijd grotesk, terwijl er een diepe onderstroom is. Tegelijkertijd is het de geschiedenis van een liefde.

De eerste Zwitserse druk is van 1998, in 2000 verscheen het in Duitsland; mijn exemplaar was de zevende druk in pocketuitgave, 2010. Ongetwijfeld is het in het Nederlands vertaald.

 

 

Julian Barnes, Alsof het voorbij is

27 Jul

Er is geen bepaalde volgorde in de boeken die ik lees. Niet na A de schrijver B die naar men zegt sterk door A is beïnvloed, of een reeks boeken met een zelfde thema. Het is wel zo dat ik zelf werd beïnvloed in mijn lezen door het laatste gelezen boek, Bekentenissen van Zeno, door Italo Svevo.
In beide gevallen is een oudere man aan het woord, een man die terugkijkt op zijn leven en probeert zijn eigen rol daarin te begrijpen, te verklaren, of beide. Daarmee houdt de vergelijking op. Terwijl Zeno schrijft als start van een psychoanalyse, is Julian Barnes’ hoofdpersoon geconfronteerd met een keten van gebeurtenissen die tijdens zijn middelbare schooltijd is begonnen. Ongeveer veertig jaar nadat hij zijn studie afrondde, krijgt hij een brief van een notaris, die er op indirecte manier de oorzaak van is dat hij contact opneemt met een jeugdliefde uit die periode. Intussen probeert hij, Anthony – voor de meesten Tony – Webster, een onderzoek te doen naar de geschiedenis en zijn eigen rol. Een onderzoek vanuit zijn eigen geheugen. Hij is zich wel bewust van de onbetrouwbaarheid daarvan, hoe iedereen zijn eigen geschiedenis onthoudt en verfraait tot hij op het laatst niet beter meer weet dan zo was het. Hier speelt het feit dat hij geschiedenis heeft gestudeerd een rol, plus sommige uitspraken van zijn toenmalige leraar. Webster is veel meer een denkend dan een voelend mens, daarbij is hij voorzichtig en risico mijdend, wat maakt dat hij op afstand van de meeste mensen blijft. En bleef, want het grootste deel van het verhaal zien we in retroperspectief.
Ik wil niet de plot van het verhaal weggeven. Toch wil ik iets zeggen over wat de werkwijze van de schrijver lijkt. Hij heeft een verhaallijn die misschien niet wereldschokkend is, maar toch zeker voor Tony een onverwacht einde heeft, om niet te zeggen een schokkend einde. Zelfs voor hij dit ten volle weet, wordt hij teruggevoerd naar de tijd tussen zijn zestiende en circa tweeëntwintigste en naar zijn hele houding in het leven. Het leidt tot grote twijfels. Aan de hand van Anthony laat Julian Barnes de relevante episoden herbeleven. Relevante gebeurtenissen, gedachten en overwegingen, want wat niet aan het verhaal bijdraagt, is er ook niet in terecht gekomen. Geen uitweiding te veel, en op zinsniveau geen woord te veel. Met 158 pagina’s is ook het geheel compact. Mij deed het na afloop onmiddellijk teruggaan naar de eerste pagina. Herlezend kwam ik een aantal vooruitwijzingen tegen, maar steeds zo subtiel dat ze bijdragen aan de knappe constructie, zonder iets te verraden over de afloop van het verhaal.
Er zijn talloze romans die voorbeelden zijn van hoe je een roman moet schrijven. Daarmee zeg ik de schrijvers die dit blog volgen niet, dat je dit of enig ander voorbeeld klakkeloos moet volgen. Het is wel de moeite waard om voor jezelf na te gaan, wat je in deze aanpak aanspreekt en inspireert. Julian Barnes werd voor deze roman in 2011 bekroond met de Man Booker Prize.

Italo Svevo, Bekentenissen van Zeno

6 Jul

In La coscienza di Zeno gaat de ik, Zeno Cosini, diep in op verschillende belangrijke perioden van zijn leven. Zijn psychiater heeft hem dit aangeImageraden als voorbereiding op een psychoanalyse. De letterlijke vertaling van de titel is Het geweten van Zeno, en wat Zeno doet, is inderdaad een gewetensonderzoek.
Ik zeg vaak tegen schrijfcursisten dat een verhaal staat of valt met de hoofdpersoon, die je als schrijver zo dicht mogelijk op de huid moet zitten. Svevo gaat verder, hij kruipt ónder de huid van zijn personage. Na het einde van de roman volgen zestien pagina’s over Italo Svevo door Silvio Benco. Daaruit blijkt dat er parallellen zijn tussen het leven van de schrijver en het personage Zeno, maar ook flinke verschillen. Beiden woonden in Triëst en hielden zich, tenminste voor een deel van hun leven, bezig met de handel. Er wordt wel gedacht, en dat is volgens mij geen gewaagde veronderstelling, dat Zeno een uitvergroting is van een deel van Svevo’s karakter, met weglating van het andere deel dat voor tegenwicht zorgt. Zeno is een ware antiheld, hij is verslaafd aan het roken, besluiteloos, een hypochonder, of anders iemand die aan psychosomatische pijnen lijdt, en het ontbreekt hem aan wilskracht. Hij hoopt dat de psychoanalyse hem van al deze dingen af helpt, en dat hij een gezond en energiek mens zal worden.

Svevo, die een zeer levendige en brede belangstelling had, heeft zich in de toen nieuwe theorie van Freuds psychoanalyse verdiept. Niet als een onvoorwaardelijk discipel; hij had gezien hoe een familielid dat twee jaar in zo’n therapie was geweest, er slechter dan ooit uitkwam. De gedachte aan een zelfonderzoek boeide hem: waarom doet een mens wat hij doet? Met deze opzet verraste hij de literaire wereld van 1923. Niet dat hij onmiddellijk succes had, verre van dat. Zijn eerste twee romans waren doodgezwegen. Pas veel later zou erkend worden dat ze het werk waren van een groot schrijver. Teleurgesteld liet hij zijn schrijfliefhebberij gedurende twintig jaar voor wat het was. Wel schreef hij artikelen voor kranten, vertaalde uit het Duits, en leerde Engels. Mede daardoor kwam hij in contact met onder andere James Joyce, die toen in het centrum van de belangstelling stond en een tijdlang in Triëst woonde. Joyce was het die voor een Franse vertaling zorgde, Franse recensenten pikten het boek vol lof op: een meesterwerk, in de klasse van Proust en Joyce! Via deze omweg werd ook Italië wakker.
Nu zou een roman over een personage dat er maar niet in slagen kan om greep op zijn leven te krijgen, een buitengewoon suf boek kunnen worden. Dat is het niet. Je kunt mij geloven, of anders Maria Stahlie die het boek wel tienmaal heeft gelezen. Het blijft levendig en vaak lees je het met een glimlach over je gezicht, omdat de ik met een milde ironie naar zichzelf kijkt, en als het zo uitkomt naar de wereld om hem heen.

Ik zei al dat Zeno verschillende belangrijke episoden uit zijn leven beschrijft. Dat geeft direct structuur. Een blik op de inhoud laat dat zien: Voorwoord, Inleiding, Het roken, De dood van mijn vader, Hoe mijn huwelijk tot stand kwam, De echtgenote en de maîtresse, Een compagnonschap, en Psychoanalyse.
In het Voorwoord is de psychiater aan het woord die Zeno heeft opgedragen te gaan schrijven. Hij vertelt dat Zeno gestopt is en dat hij uit wraak publiceert wat hij nu heeft liggen. Hij verklaart zich wel bereid de inkomsten te delen, als Zeno zijn behandeling hervat. In het voorwoord is Zeno zelf aan het woord. Hij vraagt zich af hoe en waar te beginnen, en heeft, met het doel het werk van de dokter te vergemakkelijken, een verhandeling over psychoanalyse gekocht en gelezen. ‘De stof is niet moeilijk te begrijpen, maar erg vervelend.’ De volgende dag begint Zeno opnieuw en nu over zijn rookverslaving. Hoe hij zich steeds voorneemt te stoppen en hoe dit er slechts toe leidt dat hij duizenden laatste sigaretten heeft gerookt. Ook in andere omstandigheden weet hij slecht vol te houden: ‘Augusta’s moeder met haar verdrietige gezicht had me in één ogenblik al mijn plichten weer te binnen gebracht. Het was een goede les, die de hele dag zijn uitwerking behield.’

Nog een paar citaten. ‘Verdriet en liefde, het hele leven kortom, kan niet als een ziekte worden beschouwd, al doet het soms pijn.’ Over een medewerkster die door zijn zwager uitsluitend op haar mooie gezichtje is aangenomen: ‘Carmen zat te oefenen op de schrijfmachine en was geheel verdiept in het opzoeken van al die verschillende letters’. Over de psychoanalyse, de eerste zin in dat hoofdstuk: ‘De psychoanalyse kan me verder gestolen worden.’ In dat hoofdstuk, het gaat dan een stuk beter met Zeno: ‘Het is niet door vergelijking dat ik me gezond voel. Ik ben absoluut gezond. Al lang ben ik er van overtuigd dat mijn gezondheid een kwestie is van eigen overtuiging (…) en er eenvoudig in geloven.’

Al aan het begin van dit stuk wist ik dat het niet meer dan een idee zou geven van de roman, en zelfs daarin slaag ik maar ten dele. Lees het zelf. Lees hoe Zeno van de drie huwbare dochters van de familie Malfenti, trouwt met degene waarvan hij direct zei: die niet. Hoe hij met zijn maîtresse en gewetenswroeging omgaat… Lees! Het boek is nog te koop, nieuw en via verschillende sites tweedehands.