Theo Thijssen, Het grijze kind

25 jul

Theo Thijssen - Het grijze kind_183x292Een intrigerende titel, wat kan een grijs kind betekenen? De schrijver Theo Thijssen heeft die gedachte kennelijk voorzien en hij begint daarom met een verklarende inleiding. Gelukkig is hij in de roman meer schrijver dan schoolmeester, wat zijn beroep was. Hij begint de lezer mee te nemen: Wie kent niet dat eigenaardige herinneringsgevoel… Vervolgens komt hij met voorbeelden van het déjà vu. De ik-verteller heeft dat in sterke mate en soms is hij er niet zeker van of het om een herinnering gaat uit dit leven, een vorig of zelfs een voor-vorig leven. Al die herinneringen zorgen ervoor dat hij vroegwijs is, een kind en een grijsaard tegelijkertijd. En het gooit de geest van de ik, het grijze kind, door de war.

Op bladzijde twintig komt de ik op de gedachte dat hij nu eens met het eigenlijke verhaal moest beginnen. Iets wat ook bij mij opkwam, want de aanloop begon naar mijn smaak een Negentiende-eeuwse traagheid te krijgen. Net voor hij begint brengt Thijsse een vormvariant. Een verhaal met een ik-verteller is een bekende mogelijkheid. Soms is er nog een verteller die voor algemene informatie zorgt, de voorbij rijdende trams, de ruisende bomen, het stilstaande water. Maar hier introduceert de ik de schrijver als een personage op de achtergrond: “Het schrijvertje dat mijn verhaal overbrengt, boft niet erg, natuurlijk. Hij zal er niet erg veel genoegen van beleven. Maar hij trooste zich: hij zal wel es geboft hebben ook, of anders een volgende keer boffen.”
Nu ik het toch over de vorm heb, regelmatig spreekt de ik de lezer rechtstreeks aan: “Natuurlijk, ge begrijpt me nóg niet. Ge denkt…” Op dat moment, het citaat staat op bladzijde 39, is het verhaal begonnen en zijn we op school met de jonge ik. Hier blijkt wel dat het geen gewoon kind is, maar een wijs grijs kind. Hij doorziet de leermethoden en wat er allemaal mis kan gaan. Over de mensen die denken dat het vroeger met een flinke aanpak allemaal zoveel beter ging, zegt hij dat het zeer te betwijfelen valt of die mensen vroeger wel zo hard werden aangepakt en daarvan leerden. Die gezonde hardheid is een zielkundige stommiteit en de gedachte dat je kennis in de kinderen kan stampen, ook al zoiets. Als je ervoor zorgt dat het werk bij het kind past zal het een stuk harder werken dan volgens de dressuurmethode. Het is duidelijk dat hier geen kinderlijk of zelfs maar gewoon kind aan het woord is.
Het verhaal speelt zich niet alleen op school af. De ik vertelt over de omstandigheden thuis, over wat zijn moeder onder opvoeding verstaat en hoe hij bijvoorbeeld als er visite is, een beetje bedremmeld in de deuropening blijft staan om zijn moeder de kans te geven een staaltje opvoedkunde ten beste te geven voor het bezoek. Het is een mix van een kind dat veel te veel weet, en een die precies weet wat je moet doen om het schattige kind te zijn. Uiteindelijk wordt hij zelf wel de dupe van deze merkwaardige spagaat.
De ik groeit op in een gezin. Vader is accountant en firmant in de zaak. Hij is zo langzamerhand well-to-do geworden. Een stuk meer dan zijn vrouw vermoedt. Hij geeft haar jaarlijks wat meer geld te besteden, zodat ze zich heel wat voelt, maar houdt geheim dat hij haar ook wel twee- of viermaal zoveel zou kunnen geven. Dan is er de oudere zus. Een stuk ouder, ze is in de leeftijd om zich te verloven en dat doet ze ook. Die verloofde zien we, zoals alles door het perspectief van de ik. Er valt wel wat op hem aan te merken. Uiteindelijk belandt hij bij pa in de zaak, hij neemt de gewoonten van het bedrijf over, en zij die van haar moeder.
Uiteindelijk verveelt de ik zich enorm, niet onlogisch als je voortdurend het idee hebt dat je alles al eens hebt meegemaakt. Op een dag houdt hij op verder nog iets te willen, tot wanhoop van de ouders. Totdat ook daar De Zaak een uitkomst is. Het laat zich aan de kennissenkring mooi vertellen: het was wat hij altijd al had gewild, hij blijkt ook echt een geweldige aanwinst. Het gedeelte over deze zet is een van de prachtige stukken in de roman. In wezen is Het grijze kind een zedenschets over de Amsterdamse middenstand in het eerste kwart van de vorige eeuw, en een van de manier waarop scholen werkten. Daarnaast zit er nog een plot in, maar daarover zal ik het niet hebben.
Het grijze kind verscheen in 1937. Ik las de tiende druk, Van Oorschot, 1987.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: