Tag Archives: Harry Mulisch

Harry Mulisch, De versierde mens

2 jun

Harry Mulisch - De versierde mens 291x183Onder deze titel verschenen in 1957 zeven verhalen. Mijn exemplaar stamt uit 1982. Magisch-mythisch wordt de stijl wel genoemd, abstract-realisme zei Mulisch zelf ooit. Hoe we het noemen doet niet heel veel ter zake. Uit beide benamingen blijkt wel dat het niet gaat om verhalen waarin een werkelijke of verzonnen gebeurtenis wordt verteld, punt, uit. Dat is niet de aanpak van Mulisch in zijn gehele werk en zeker niet in deze verhalen die hij tussen 1953 en 1955 schreef. Bij sommige verhalen kwam de gedachte op: hoe zat het met de tijd, halverwege de vijftiger jaren, waren toen psychedelische stoffen al in omloop? Volgens Van Dale kwam het woord na 1950 in zwang. Dat wil niet zeggen dat iedereen die psychedelische muziek, schilderijen of teksten maakte, zelf geestverruimende middelen nam. Wel dat het werk binnen de tijdgeest paste. Laat ik eindigen met de omtrekkende bewegingen en op de verhalen ingaan.

Het verhaal Keuring gaat over Sander Broodman die de keuring voor militaire dienst negeert en wordt opgehaald door militairen in bloederige uniformen. Wat volgt is een aaneenschakeling van bizarre gebeurtenissen vol vuil en geweld. Uiteindelijk wordt hij buiten gezet, het lijkt erop met een S-vijfje al wordt dat niet gezegd. S5 was de term voor iedereen die geestelijk niet helemaal stabiel was. Homofilie viel daar gemakshalve ook onder.
De terugkomst is rustiger van toon. Ook de dood is minder gruwelijk. De vader van de hoofdpersoon die elk voorjaar weg trok om over de eilanden te zwerven, overlijdt in een bootje aan de oever van een weiland in Kortenisse, een glimlach om de mond. “Wakker geworden aan de verkeerde kant van zijn dromen. Wie dat overkomt is dood. De dromen laten hem niet meer door…” Veel later gaat de hoofdpersoon op zoek naar getuigen van zijn vaders leven en komt uiteindelijk ook niet meer terug van de eilanden.
De sprong der paarden en de zoete zee is een verhaal dat ooit los is uitgegeven. Hier een dertienjarige jongen die verliefd raakt op een onbereikbaar meisje. Hij overweegt zelfmoord, denkt dan aan moord, het meisje komt door een ongeluk om het leven, wat hem een groot schuldgevoel oplevert, ten slotte verliest hij zijn verstand. Zijn verhaal, opgeschreven in zijn strafwerkschrift, wordt gevonden, en tweemaal doorverteld in vormen die niet meer lijken op het origineel. Het wordt een mythe over Schokland en de Zuiderzee. Ook hier speelt de dood een grote rol, en zijn het de herhalingen die het verhaal uittillen boven het anekdotische van het dagelijks leven.
Quauhquauhtinchan in den vreemde gaat over een jongen wiens moeder bij de geboorte sterft, die wordt meegenomen door een kinderloze man en in een Mexicaans-indiaans gezin opgroeit. Tot hij tot buitengewone proporties groeit. Staan kan hij allang niet meer, zijn groei verplettert hele steden, bossen en bergen. Dit gaat 62 bladzijden door en ik was blij aan het volgende verhaal te beginnen: Wat gebeurde er met sergeant Massuro? Dit speelt in Nieuw Guinea. Een groep soldaten moet de orde daar handhaven. Van de bevolking en de omgeving hebben ze geen idee. Als ze ergens nieuwe, ver weg gelegen dorpjes vinden, geven ze het namen als Verneukschoten. Een soldaat neemt een inlands meisje. “Heb je je hand voor haar mond gehouden?” Nee, zegt de soldaat, maar als hij zijn hand opendoet staan de tanden erin. Massuro wordt ziek en wordt steeds zwaarder. Schuldgevoelens uit eerdere, niet beschreven perioden, verstenen hem. Als hij na zijn dood open wordt gezaagd, blijkt hij geheel uit graniet te bestaan.
De versierde mens is het volgende verhaal. Het blijkt aan te duiden dat de mens zich via de techniek voorziet van allerlei extensies, daarmee siert hij zich, maar terwijl zijn uiterlijke verschijning indrukwekkender wordt, krimpt zijn innerlijk. Ten slotte een apocalypsachtig verhaal, Een stad in de zon, waarin een man zijn weg vindt tussen door natuurkrachten verwoest landschap. Hij heeft een stervend paard en een vleugel (piano) bij zich.

Het ene verhaal zal de lezer meer aanspreken dan het andere. Er zijn ook twee manieren om het te lezen: als teksten met een diepe betekenis waarvoor je als lezer de moeite neemt ze te lezen en herlezen omdat je ze wilt doorgronden, of je houdt ermee op, vindt het te gemaniëreerd, en je gelooft het verder wel. Ik vond het interessant te zien hoe je de grenzen van het schrijven kunt verleggen. Binnen de bundel had ik wel duidelijk mijn voorkeuren. Ik vroeg me dan ook af of de schrijver zelf na een halve eeuw nog achter al zijn verhalen zou staan. Maar ja, dat heeft ook te maken met het karakter van de auteur.

Harry Mulisch, De Verteller

9 jan

of een idioticon voor zegelbewaarders.
Zo luidt de ondertitel van ‘deze wonderbaarlijke familieroman, die zich in meer dan één opzicht onderscheidt van andere familieromans…’(flaptekst).
Ja, dat mag je wel zeggen. Mulisch hanteert een experimentele stijl, waarin het vertellen van een enigszins begrijpelijk verhaal naar de achtergrond wordt gedrongen. Het boek kwam uit in 1970 en moet dus in de zestiger jaren zijn geschreven, een tijd waarin veel kunstenaars experimenteerden met nieuwe vormen. Aan de ene kant paste het wel in de tijd, aan de andere kant schreef de overgrote meerderheid van de auteurs romans in een begrijpelijke Nederlandse zinnen. De kritiek was vernietigend. Nu kun je je afvragen of dat terecht was, het is immers wel vaker voorgekomen dat tijdgenoten de kwaliteit van een kunstwerk niet zagen, zodat je pakweg veertig jaar later denkt, wauw, dat ze dat toen niet zagen, die critici.
Ik heb het boek gelezen, heb me bij tijd en wijle gedwongen om verder te lezen, en ik ben niet blij. Het verhaal van een man die acht tanden heeft laten trekken en nu op zijn jacht wacht tot een noodprothese klaar is, en intussen zijn verleden overdenkt, ontspoort tot een bal woordspaghetti, met daarin alles, maar dan ook alles wat de schrijver inviel. Het levert, om een ander beeld te gebruiken, erg veel wonderbaarlijke bomen op. Probeer daar doorheen het bos nog maar eens te zien! Het verhaal, voor zover het nog te volgen is, wordt onderbroken door tien zegels, aparte teksten, en een brief waarvan op negen verschillende plaatsen een stukje opduikt.
Hoe je met een dergelijke tekst, roman zou ik het niet noemen, omgaat, ligt aan je basisinstelling. Ga je er vanuit dat je het boek leest van een van de grootste Nederlandse schrijvers, dan kun je het boek lezen en herlezen en aan de dingen die je aanvankelijk ontgaan, betekenis toekennen. Je kunt je daarbij laten helpen door het boek ‘De verteller verteld’ waarin Mulisch een uitgebreide uitleg geeft. Hij schreef dit nadat de kritiek weinig had heel gelaten van zijn wonderbaarlijke familieroman. Dat kan. Je kunt er vanuit gaan dat de schrijver heilig is en dat het aan jou moet liggen als je het boek niet waardeert, of begrijpt. De meeste lezers haken echter gewoon af. Sommige lezers kunnen zelfs kwaad worden: wat is dit voor gedoe, waarom haalt de schrijver er te pas en te onpas allerlei referenties bij uit de oudheid, de alchemie, getalspelen en wat al niet meer? Wil hij laten zien hoe belezen en erudiet hij is, is het grenzeloze ijdeltuiterij, zal de lezer hem worst zijn? Zoals ik al zei, het hangt af van de basisinstelling, ben je een bewonderaar door dik en dun, een neutrale lezer, of kritisch tot wantrouwend ten opzichte van de schrijver?
Eén ding is duidelijk, door te vergeten dat je een verhaal wilde vertellen en jezelf te vermaken met allerlei taalspelletjes die jij als schrijver erg amusant vindt, raak je de lezer kwijt. Omdat ik al jaren schrijfcursussen geef, is dat ook de manier waarop ik naar de verhalen van anderen kijk. Dit blijkt niet te werken. Overigens heeft Mulisch dat zelf ook begrepen. Wel heeft hij eerst nog een uitgebreide uitleg geschreven bij De Verteller, maar in zijn latere werk is hij afgestapt van dit experimentele procedé.
Was het lezen van dit boek verspilde tijd? Nee, het is goed om te zien hoe je je als schrijver los kan maken van alle afspraken over het schrijven. Oké, je kan daarin te ver gaan, maar toch, zo’n exercitie maakt je wel vrijer. Sommige spelletjes zou je zelf kunnen spelen om je gevoel voor taal te vergroten, zoals de dropping van een brood: ‘- en plotseling hing het brood als een wolk vogels in de blauwe lucht…’ waarna een broodvormige wolk verschijnt van tegen de veertig woorden die allemaal met brood te maken hebben.

Harry Mulisch – De elementen

3 jan

Hoewel in 1988 gedrukt, lag dit exemplaar nog als nieuw op een boekenkraam, compleet met een reclamestrook om de omslag. Roman, zegt de uitgever, misschien door Mulisch geïnspireerd, waarmee weer eens blijkt dat het verschil tussen roman en novelle een arbitraire zaak is: er zijn langere novellen en kortere romans.

De elementen blijken de bekende vier elementen, het eerste deel heet Aarde. Mulisch past een niet zo gebruikelijke vorm toe om de lezer in het verhaal te trekken. Neem het volgende, schrijft hij, stel, je hebt het hele jaar hard gewerkt en nu ben je op vakantie op Kreta. Hij somt nog een aantal mogelijkheden op, maar besluit: Nee, je bent een Nederlandse man op Kreta en het is een zomer aan het eind van de twintigste eeuw. Dat is nu dus vastgelegd.

Daarmee is ook de vorm vastgelegd. Gedurende de roman is de lezer de hoofdpersoon, hij wordt met je aangesproken en hij is het die alle verwikkelingen meemaakt. Hij, is getrouwd met een vrouw die hem niet meer kan uitstaan, hij is de succesvolle reclamejongen die grote accounts binnen haalt en houdt, heeft zijn twijfels, zijn wanhoop. Dat alles wordt jou als lezer toebedacht. Als op een gegeven moment de hoofdpersoon en zijn vrouw Regina vijandig zwijgen, voert de verteller een mogelijk gesprek op. De man verwijt haar nooit tevreden te zijn, steeds meer te willen, tot ze misschien met twintig bewakers op Antibes zit. En zal je dan gelukkig zijn? Zelf stelt hij: “Ik ben nooit zo gelukkig geweest als die avond op mijn huurkamer, toen jij uit Parijs terugkwam.” / “Dat is lang geleden.”/ “Twaalf jaar, om precies te zijn. En daarom ben je ontevreden om een volstrekt belachelijke en infantiele reden, en ik moet er voor boeten. Oké, dat is de straf voor mijn cynische beroep…”

Het eindigt ermee dat zij zegt dat hij kan doodvallen en dat de verteller schrijft: Het is niet zeker dat het allemaal zo gezegd had kunnen zijn, want jullie hebben geen woord gesproken. Zwijgend zitten jullie naast elkaar. Plotseling voel je de neiging haar te slaan, zo hard je kunt, in haar gezicht; maar dat doe je niet. Geef toe dat je wanhopig bent. Jullie maken zelfs geen ruzie meer. Het ziet er naar uit dat het zwijgen van het heelal, daarboven tussen de sterren, jullie voorgoed heeft vastgegrepen.

De roman gaat zeker niet uitsluitend over een echtpaar dat het stadium van ruzies voorbij is en nu op Kreta een voorlopig nog onbekend lot wacht. Er zijn ontmoetingen met andere, rijke en bekende personen, en gesprekken over de Klassieken, de goden, Grieken, Romeinen latere filosofen. Dat is wat Mulisch graag doet, en wat in later werk terugkomt. Dit wordt ook gebruikt om verband in het verhaal te krijgen en te versterken. Het veel liefst alles omvattende en dat rond een bepaald thema, in dit geval liefde en geluk, het aardse, geld en bezit, tegenover het hogere, de geest.

Tegenover deze achtergrond speelt zich het verhaal af dat aan het einde van de twintigste eeuw op Kreta speelt en waarin jij, lezer, samenvalt met de hoofdpersoon. Een verhaal met een verrassende, maar niet totaal onmogelijke afloop. Een afloop ook die alle elementen bij elkaar brengt en waarvoor ik alleen het woord climax kan vinden.