Tag Archives: Juffrouw Stark

Thomas Hürlimann, Juffrouw Stark

10 sep

Wat is het een plezier om Hürlimann te lezen! Hij schrijft of je bij een open haardvuur een verhaal krijgt verteld. Een verhaal met spanning, af en toe een lichte humor, een raak getroffen sfeer, en meer inhoud dan je van de korte beschrijving op de omslag zou vermoeden. “Juffrouw Stark beschrijft de herinneringen aan een mooie zomer, lang geleden, in het huis van een oom die bibliothecaris is van een rijke kloosterbibliotheek.” Lang geleden klopt; ik las dat zowel de oom, als zijn huishoudster, juffrouw Stark al lang zijn begraven.

De jongen, de ik, krijgt als taak vilten pantoffels over de schoenen van de bezoekers, voor het overgrote deel vrouwen, te schuiven. Het voortdurende contact met al die voeten en benen, doen bij hem nieuwe verlangens ontwaken. Flaptekst: “Het is de huishoudster, de diepgelovige juffrouw Stark, die signaleert dat het neefje onkuise blikken begint te werpen.” Kennelijk is de flaptekstschrijver geen bijzonder goede lezer, want ik lees op bladzij 10: “Was juffrouw Stark vroom? Vermoedelijk wel, al moet het een bijzondere Appenzelse en erg vrouwelijke vroomheid zijn geweest. Van de bloedende Heiland moest ze niets hebben, dat was een aangelegenheid voor mannen, een achterlijke schermutseling tussen Romeinse landsknechten en joodse farizeeërs. Maar de zwarte madonna, die achter in het schip van de kathedraal een soort grot bewoonde, zocht ze elke morgen op, dáár was ze thuis, dáár werd ze rustig, de rimpels verdwenen van haar lage voorhoofd en op een gegeven moment, dat heb ik verscheidene keren gezien, glimlachten beide vrouwen hetzelfde glimlachje, de uit hout gesneden madonna en de struise Magdalena Stark, die uit de Appenzelse bergen in de stad was geraakt, in het eerwaarde huishouden van de kloosterbibliothecaris.”

Het neefje en zijn ervaringen met al die vrouwelijke voeten die naar boven verdwijnen in het donker van een klokkende rok, wat het teweeg brengt en hoe hij daarmee omgaat, dat is één kant van het verhaal. Dat hij net als zijn oom een Katz is en hoe het die familie in het verleden is vergaan, dat is een andere kant. Hoe het zit met juffrouw Stark en de eerwaarde oom, die ook zijn minder verheven trekjes heeft, zijn weer andere kanten die de roman vervolmaken. Voor de jonge “ik” begint de boekenark allengs vertrouwd terrein te worden, niet alleen de bibliotheek met al zijn kasten, laden en vakken, maar ook de hulpbibliothecarissen die al dommelend stof vergaren en traag op hun Remingtons hun fiches tikken.

Vorige week vroeg iemand me of hoofdstukken kort of juist lang moeten zijn. Het is een vraag waarop allerlei antwoorden mogelijk zijn. Klassiek schools zou je kunnen zeggen dat je bij een kleine inhoudelijke verandering naar een nieuwe regel gaat, dat je bij een grotere verandering een witregel invoegt en bij een wezenlijke sprong, veronderstel dat de zomer in de bibliotheek jaren geleden is afgelopen en de hoofdpersoon ouder is, klaar met zijn studie en in Zürch woont, dan zou je een nieuw hoofdstuk kunnen beginnen. Je hoeft maar een willekeurig stel boeken open te slaan om te zien dat dit geen wet van Meden en Perzen is. Juffrouw Stark bevat 57 hoofdstukken die samen nog geen 150 bladzijden beslaan. Soms loopt in deze roman een zin door van het ene hoofdstuk in het andere. Dat is opmerkelijk en het laat maar weer eens zien dat er geen vaste regels bestaan.
(Juffrouw Stark is kousen gaan breien die het neefje bij vertrek kan meenemen. Hij voelt het als een teken: je kan maar beter gaan.) “Radeloos sloop ik naar mijn kamertje. Ik had de liefde van juffrouw Stark voor de tweede keer verbruid, en als ik die terug wilde hebben, dan moest ik een weg inslaan waarop zij zelf had gewezen: ik moest mijn zonden belijden, tegenover God en de priester. Maar ik wilde deze keer niet alleen bewéren dat ik had gebiecht, ik wilde het ook werkelijk dóén, met alles wat erbij hoort, gewetensonderzoek, zegen, straf. Het was de hoogste tijd. Ik hield het geklik (van de breinaalden) niet meer uit –
18 (Hoofdstuknummer, nieuwe pagina)
rende naar de kathedraal, liet me op de bank vallen…”

Hier begint dus een nieuw hoofdstuk midden in een zin. Wel is het zo dat de ik precies op dit punt een beslissing neemt en van het ene punt naar het andere holt.
In de winkel is het boek niet meer te krijgen, maar met een beetje zoeken op internet kom je verschillende tweedehands exemplaren tegen. Het is een gebonden uitgave uit 2003. Een aanrader.