Tag Archives: Oscar van den Boogaard

Oscar van den Boogaard, Meer dan een minnaar

8 aug

Oscar van den Boogaard - Meer dan een minnaar-292x183Wat heb je net gelezen voor je aan het volgende boek begint? Ik merkte dat het wel degelijk iets uitmaakt, zeker waar het net gelezen boek een bundel verhalen en notities was van Sylvia Plath. In de eerste bladzijden miste ik al de indringendheid, alsof je na een tocht op een ruige zee op een kalm meer terecht komt. De eerste alinea begint met een relativering. Als je maar voldoende afstand neemt, in ruimte maar zeker ook in tijd, vervaagt zelfs de eigen familie inclusief de ongelukkige leden daarvan, tot een zoetsappige onschuld. Aan het woord is een ’ik’ die later zoon August van Regina blijkt te zijn. Om niet in raadselen te spreken: de roman gaat in hoofdzaak om zes mensen, twee echtparen waarvan Noël en Regina een zoon hebben, en Rudolf en Elsie een dochter, Lilly.

Het verhaal wordt in de hij-vorm geschreven, het perspectief wisselt per hoofdstuk. Al lezend kom je te weten dat Noël een ware autochtoon is in het Vlaamse dorp aan de Leie. Hij en zijn vrouw staan voor de traditie, de kerk en eenvoud. Rudolf komt van buiten, is seksuoloog, welgesteld. Hij laat een grote hoeveelheid bomen kappen om er een kubistisch betonnen huis neer te zetten, naast de woning van Noël. Zijn hele levensstijl en -opvatting staan in scherp contrast met die van zijn buren.
Er zou weinig te vertellen zijn als deze buren hun eigen leven zouden leven en af en toe eens een glas wijn of bier dronken. In een korte flaptekst zien we al dat het weekend van de ramp met de Herald of Free Enterprise (vrijdag 6 maart 1987) het moment is waarin de levens van de echtparen op drift raken. Voor die tijd waren al vierhoeksverhoudingen ontstaan.
Op de tweede pagina is het 5 maart en komt de aarde tevoorschijn uit een laag van sneeuw en ijs. Het grootste deel van de roman wordt dus in flashbacks verteld. Veel algemeen beeld, achtergronden, af en toe een inkijkje in de psychologie van de personages. Dat ik een gevoel kreeg dat het aan urgentie ontbrak, kwam niet alleen door het vorige boek. Het mooie van lezen is dat je je laat meenemen door het huidige verhaal, zoals je luistert naar degene die je nu aan het vertellen is wat hem of haar is overkomen. Aandachtig. Dat neemt niet weg dat de een aangrijpender weet te vertellen dan de ander.

Tussen het moment dat ik de laatste bladzijden las en het schrijven van deze impressie ligt een goede week. Genoeg om een beeld van de roman als geheel te laten ontstaan. Wat boven kwam drijven was dat het plezier van het lezen overheerste. Oscar van den Boogaard is vakman genoeg om een roman tot een goed einde te brengen. En dat er twee snelheden zijn. In het begin is het vooral expositie, de schrijver schildert een beeld van de verschillende personages. Je leert ze stuk voor stuk kennen en er worden tipjes opgelicht van de sluier die nog over de toekomstige gebeurtenissen ligt. Daarna, we zijn dan denk ik al op twee derde van de roman moet de plot worden afgewikkeld. Het verhaal raakt in een stroomversnelling. Een sterke versnelling alsof de schrijver zich bewust wordt dat er zaken gedaan moeten worden, het verhaal moet af. Voor een verbinding met de werkelijkheid zorgt de veerboot Herald of Free Enterprise die net buiten de haven van Zeebrugge kapseisde en zonk. Veel mensen staat die gebeurtenis nog op het netvlies, ook al omdat het Rotterdamse Smit-Tak de berging voor haar rekening nam. De schrijver heeft het aangegrepen om een plotwending te bewerkstelligen. Natuurlijk weet de lezer dat hij een boek leest in het genre Fictie. Niettemin doet de schrijver zijn best een verhaal te maken dat tenminste waar had kúnnen zijn. Daarin kunnen waargebeurde elementen een positieve rol spelen. Een soortgelijk punt: eerder laat hij August zich zorgen maken over de gevolgen van Tsjernobyl. Dat was een klein jaar eerder. De vraag blijft wel hoeveel lezers nog weten wanneer dat was en hoe lang die verbinding met de roman blijft werken.
Aan het eind heb je het verhaal gelezen, de plot is afgewikkeld, de personages kijken aan tegen een nieuwe situatie. Het zat allemaal goed in elkaar, het was plezierig lezen, en toch blijft er een maar. Er zijn golven, maar noch de personages, noch de lezer wordt erdoor onderuit geslagen. Het zijn te zoete golven. Al met al, zeker een lezenswaardig boek, maar ik zou er geen zoektocht aan wijden om het per se en met alle geweld in handen te krijgen.

Oscar van den Boogaard, Het verticale strand

3 feb

Oscar van den Boogaard_Het verticale strand-191x300De flaptekst over deze roman uit 2005, maakte mij behoorlijk enthousiast. Ook de beroemde foto van Van der Elsken op de stofomslag is uitnodigend.

In een cursief stukje vóór het eerste hoofdstuk, vraagt de verteller zich af of hij hier of daar zal beginnen. Hij somt een stuk of vijf situaties op waarmee hij zou kunnen beginnen en geeft daarmee al evenveel gebeurtenissen weg. Hij licht een tipjes van de sluiers, zegt de verteller. Je kunt je afvragen of je als lezer al vijf belangrijke elementen wil kennen uit een verhaal dat nog moet beginnen.
In het eerste hoofdstuk kiest de verteller voor een kennismaking met Lucy die op de drempel van haar 85e verjaardag staat. Ze bewoont een groot, door blauwe regen overwoekerd huis dat langzaam aan het vervallen is. Vanuit dat huis heeft ze uitzicht op het Wilhelminapark waar ze door een verrekijker kan zien hoe een jong meisje zich onder haar korte rokje laat verkennen. Ze is intussen wel wat gewend, de oude dame, ze ziet van tijd tot tijd soft porno op de commerciële zenders.
Lucy is de eerste van een stoet personages. Haar echtgenoot is jaren geleden overleden, al gauw valt een hint dat ook haar dochter gestorven is. Voordat we echter horen hoe dat zit, maken we kennis met die dochter, Gloria en twee vriendinnen, stiefzussen, die aan de overkant van het park wonen met moeder Inga en Ernst. Het is de dochter Brenda en een joods meisje dat in het gezin is opgenomen, Zoe. Lucy heeft ook een zoon, Olaf, die in de tijd van de eerste maanlanding studeert, vaak thuis is en die een klein autootje heeft. Op de dag na de landing neemt Gloria Olafs autootje, haalt haar vriendinnen op, waarna het drietal kortgerokt naar Parijs gaat. Gloria initiatiefneemster, Brenda meeloopster en Zoe contre coeur.
Eenmaal in Parijs lopen ze als een stoer zesbenig wezen over de boulevards, zoals op de foto van Ed van der Elsken. Ze worden meer dan zat en belanden op de kamer van een of meer Franse mannen, het aantal ontgaat ze op dat moment. De enige die nuchter blijft is Zoe. Zij is ook de enige die bij terugkomst in Nederland niet zwanger zal blijken. Het 24-uurs uitstapje naar Parijs is een van de stukken waar vaart in zit, iets wat je van de roman in zijn geheel niet kan zeggen.
Na een flinke tijdsprong maken we kennis met het nageslacht: Gloria heeft Ricky gebaard, Brenda een tweeling: Samantha en Solange. Ook hier een drietal met een wilde meid, Samantha, een bedachtzame, Solange en een er tussenin, Ricky die zich als kunstenares specialiseert in het schilderen van discobollen met al hun spiegeltjes. Bij deze drie duiken verschillende mannen op. We volgen ze op een gegeven moment naar Los Angelos. Samantha heeft een kind, Sam.
De gebeurtenissen worden min of meer door elkaar verteld en vanuit een voortdurend wisselend perspectief. Als je bij wilt houden hoe het verhaal in elkaar steekt en wie wie is, moet je wel aantekeningen maken. Het zou misschien de moeite waard zijn, als je door de gebeurtenissen en de karakters bijzonder getroffen zou zijn. Dat is niet zo. Allengs bekruipt je de gedachte, mij verging het althans zo, waarom moet ik dit lezen?
Er gebeurt nog wel wat: Tijdens een dansfeestje op het dak van een Amerikaanse flat, valt Samantha naar beneden, wat haar dood betekent. Bij alle voorzorgen die Amerikanen nemen om van claims gevrijwaard te blijven, is het niet erg geloofwaardig dat je na een lichte aanraking van een flat valt. Gloria krijgt tegen het eind van het verhaal kanker en overlijdt ook. Over de rol van de mannen heb ik het maar niet; het verhaal gaat toch al ten onder aan de vele personages.
Wat overblijft voor de lezer die zelf ook schrijft is dit: hou het in godsnaam simpel. Bedenk wat je wil zeggen en bedenk dan hoeveel personages je daar voor nodig hebt. Als het met één perspectief kan, doe dat dan. Als je twee, drie of voor mijn part vier perspectieven wilt gebruiken, goed, als dat nodig is, doe het dan. Hou wel in de gaten dat de lezer je kan blijven volgen en dat de personages interessant genoeg zijn om in ze geïnteresseerd te blijven. Blijf als je van perspectief wisselt, toch lang genoeg in het hoofd zitten van dat personage, om er een binding mee aan te kunnen gaan. Ik zeg niet dat de aanpak van Van den Boogaard niet kan, in de literatuur is alles geoorloofd. In dit geval zijn risico’s genomen en tot mijn spijt heeft het niet goed uitgepakt.